Een bloedig einde aan een jong leven (3).


Vorige foto | Volledige grootte | Terug naar het album | Volgende foto

Foto gemaakt door: uit collectie Bart Beex

De gemeente Vessem krijgt een telegram vanuit Sint Oedenrode met het verzoek het slachtoffer van de laffe moord in Vessem te mogen begraven. Na een eerdere lijkdienst in Sint-Oedenrode wordt Van Kruysdijk, na een plechtige requiem-mis, onder grote belangstelling begraven in Vessem. In de begrafenisstoet familie en verloofde van vermoorde, een deputatie van het bestuur van St. Oda, afgevaardigden van de Zuid-Nederlandse Zuivelbond en het bestuur van de R.K. Bond van directeuren van Zuivelfabrieken. Eerdergenoemde Wintermans en zijn collega’s hadden een grafmonument besteld en prees hem als voorbeeld van ijver, bescheidenheid, bekwaamheid en deugdzaamheid.

"Vingers"
Ook anderszins werd met de moord geschiedenis geschreven. Het centimeters dik dossier maakt melding van de bewijsstukken die bij de zitting aanwezig zijn. Daarbij worden ook vermeld "tien vingers". Na de roofmoord ontdekte de uit Amsterdam ingeschakelde politiedeskundige namelijk talrijke vingerafdrukken op de plaats van het delict. Hij vergat echter de "vingers" -politieterm voor vingerafdrukken- van het slachtoffer te maken. Weer thuis stuurde hij een bericht naar de veldwachter in St. Oedenrode: "Zend mij alsnog vingers van het slachtoffer". De veldwachter, die nog nooit van vingerafdrukken had gehoord, voerde het verzoek letterlijk uit. De dactyloscopie, het ‘kijken naar vingers" ter identificatie van personen en opsporing van daders, was nog vrij nieuw. De bekende Van Ledden Hulsebosch, criminologisch scheikundige en stichter van de eerste school voor wetenschappelijk politieonderzoek, trad als deskundige op in het proces. Het verhaal van de vingers werd door hem nog lang gebruikt als voorbeeld van de onwetendheid van de plattelandspolitie. Tot op heden worden we daar aan herinnerd in het Nederlands Politiemuseum in Apeldoorn.

Wie was Henricus van Kruysdijk?
Henricus werd geboren op 18 december 1887 als zoon van Johannes van Kruysdijk en Maria Sleddens, beide landbouwers in Vessem aan de weg richting Oostelbeers. Als arbeider is hij ondermeer werkzaam bij de handwerkkracht boterfabriek in Vessem. Na een gesprek met zijn oud-onderwijzer Jef Wintermans werd hij volontair bij Miedema in St. Anthonis. Tegelijkertijd volgde hij cursussen.Van 1915 tot 1917 was hij directeur/kassier van de Boerenleenbank in Liessel en van 1913 tot 1918 directeur van de Stoomzuivelfabriek "Sint-Hubertus" aldaar. Dit laatste op aanbeveling aan pastoor Berkvens in Liessel door de dan als zuivelconsulent bij de Noord-Brabantsche Zuivelcommissie werkzame Jef Wintermans. Met het zicht op trouwplannen zocht hij promotie, en zo werd Van Kruysdijk in januari 1918 de tweede directeur van de op 12 februari 1916 gestichte Zuivelfabriek Sint Oda. Hij sterft op 25 april 1919 in Sint-Oedenrode.
Dan is hij tevens lid van de bond van beheerders van coöperatieve zuivelfabrieken. Hij is verloofd en woont in Sint-Oedenrode in als kostganger. Zijn directe familie - vader, broers en zussen - woont in Vessem. Daar ook wordt hij begraven in 1919.